De protestants-christelijke identiteit

De scholen van onze stichting behoren thuis in wat genoemd wordt het bijzonder onderwijs. Wij zijn een christelijke school of iets bescheidener uitgedrukt: wij proberen dat te zijn. 'Wij': dat zijn alle personeels- en bestuursleden; iedereen mag ons heel nadrukkelijk op die identiteit aanspreken.

Aan het begin en aan het eind van de schooldag vindt er op alle SCOH-scholen, dus ook bij ons, een moment van bezinning, van gebed plaats; daarnaast worden de christelijke feesten gevierd. Er wordt contact onderhouden met de Abdijkerk.

In het onderwijs willen we allemaal het beste voor onze kinderen. Volgens ons is het dan logisch, dat je ze naast een behoorlijke hoeveelheid inzicht en feitenkennis een stuk levenswijsheid meegeeft, waardoor ze zich nu en later niet alleen in de wereld staande kunnen houden, maar ook nog iets voor anderen mogen bete¬kenen. Verantwoordelijkheid voor anderen, verantwoordelijkheid voor jezelf, het zijn belangrijke elementen binnen onze stichting en haar scholen.

De Bijbel als Woord van God is ons uitgangspunt; die willen we gebruiken om God beter te leren kennen en om onze leerlingen, zo persoonlijk mogelijk, te vertellen over ons geloof. Vanuit onze eigen christelijke levensvisie proberen we gestalte te geven aan wat we als leidraad in ons leven beschouwen:

  • Het geloof dat Christus de Zoon van God is. Christus die ons laat zien hoe God het bedoelt.
  • Het geloof ook dat we, met Hem als inspiratiebron, onze talenten mogen ontwikkelen ten dienste van onze medemens en ten dienste van onszelf.

Dit levensbeschouwelijke uitgangspunt moet gezien worden als de basis van ons doen en denken.

Aan geestelijke waarden en normen, ontleend aan het christelijk geloof, besteden we veel aandacht. Het gesprek is daarbij erg belangrijk, evenals de keuze van leermiddelen en de manier van lesgeven. Enige kennis over de andere wereldgodsdiensten – zonder tekort te doen aan de eigen identiteit – behoort ook tot de leerstof.

Beleid tot het uitdragen van de protestants-christelijke identiteit van de SCOH

Met de komst van (kleding-)uitingen als hoofddoek en chador, en de daarbij behorende media-aandacht, is het vraagstuk rondom kledingvoorschriften relevant en actueel geworden. Dit vraagt om duidelijk beleid met betrekking tot de toelaatbaarheid ervan op SCOH-scholen.

Enige jaren geleden heeft de SCOH als beleid vastgesteld, dat er ten aanzien van gedragingen van personeel (= alle medewerkers die een contractuele binding hebben met de SCOH) en leerlingen, waaronder het dragen van kleding, de volgende criteria worden gehanteerd op de scholen van de SCOH:

  1. Leraren mogen geen bijdrage leveren die strij-dig is met de verwezenlijking van de statutair vastgelegde grondslag en doelstellingen van de SCOH, zowel in woord als gedrag.
  2. Kleding en gedrag mogen niet expliciet refereren aan een an¬dere godsdienstige overtuiging dan de protestants-christelijke (dus: geen keppeltje, hoofddoek, chador enz.).
  3. Kleding mag niet onhygiënisch zijn.
  4. Kleding mag niet aanstootgevend zijn (= tot ergernis wekken).
  5. Kleding mag geen statement zijn dat in ver-band gebracht kan worden met discriminatie op ras, kleur, geaardheid, sekse of politieke overtuiging.
  6. Kleding mag de veiligheid van de drager en anderen niet in gevaar brengen.
  7. Kleding mag niet disfunctioneel zijn, in dit geval: het vervullen of uitoefenen van een taak of functie belemmeren.
  8. Aan zowel ouders als leerlingen (en personeel) is het niet toegestaan zich met gezichtsbedekkende kleding in de school of op het schoolplein te bevinden op dagen dat er onderwijs wordt verzorgd.

Voor personeel gelden de regels 1 t/m 8; voor leerlingen de regels 3 t/m 8; regel 8 geldt dus ook voor ouders.

website gemaakt door IZEE

Naar boven ↑